Er is een klein bos. In het bos woont een meisje. Zij heet Emma.
Op een dag loopt Emma in het bos. Zij ziet een mooie toverstok op de grond.
Emma pakt de toverstok op. Plotseling ziet zij drie kleine feeën.
"Hallo!" zeggen de feeën.
"Hallo!" zegt Emma.
De feeën zijn klein. Zij hebben mooie vleugels. Zij kunnen vliegen.
"Wil je magie zien?" vraagt een fee.
"Ja, graag!" zegt Emma.
De fee zwaait met de toverstok.
Poef!

Er komen veel bloemen. De bomen worden groen. Kleine vogels zingen.
Emma lacht. Zij is heel blij.
Dan zegt een andere fee:
"Nu mag jij de toverstok gebruiken."
Emma zwaait met de toverstok.
Poef!
Er verschijnt een witte eenhoorn.
"Wat mooi!" zegt Emma.
De eenhoorn loopt rustig door het bos. De feeën dansen en zingen.
Als de zon ondergaat, zegt Emma:
"Bedankt voor deze mooie dag."
"Tot ziens!" zeggen de feeën.
Emma gaat naar huis. Zij is gelukkig.
Einde.
Woordelijjst
de toverstok = magic wand
de fee = fairy
de vleugel = wing
de magie = magic
verschijnen = to appear
de eenhoorn = unicorn
zwaaien (met) = to wave (with)
gelukkig = happy
